
Er staan twee motormolens ook wel windmotors of rotoren genoemd aan de Rengersweg in Oentsjerk. De metalen bouwwerken zijn tuinsieraden die naar historische motormolens in het polderlandschap verwijzen. Motormolens horen bij ons industrieel erfgoed en zijn voor een deel nog beeldbepalend in dorpsgezichten. Het zijn opvallende elementen in diverse landschappen, waaronder het agrarisch landschap zoals langs de Rengersweg in stand wordt gehouden. Het paard en de mensfiguur die verbonden zijn met de kleinste motormolen verwijzen eveneens naar het door de mens beheerde en aangelegde agrarische landschap.
Wieken en bladen
De klassieke vier of zes houten wieken van een poldermolen geven wanneer ze draaien dynamiek in het landschap, evenals het draaiend rad met bladen van een rotor of motormolen dat doen of de drie gestroomlijnde, vaak composieten bladen van hedendaagse stroom genererende windturbines. Tuinsieraden in de vorm van traditionele windmolens en rotoren of motormolens zijn kleine bouwwerken die de bouwgeschiedenis van verschillende soorten molens weerspiegelen. Al die soorten molens zijn samen gedurende eeuwen medebepalend geweest voor de vorming van het huidige cultuurlandschap en de waterbeheersing.
Motormolen
De grootste miniatuurmotormolen of windmotor torent boven het hek en de lage maar brede heg uit en vestigt vanaf beide zijden van de Rengersweg en het fietspad, de aandacht op de horizon van het vlakke land met langs de rand bomen. Wanneer de bladen van het rad wind vangen geeft dat extra dynamiek. Veel van deze metalen molens met karakteristieke vorm zijn buiten gebruik gesteld. Een klein aantal is uiteindelijk Rijksmonument geworden, zoals de naar Amerikaans model gebouwde motormolen uit 1926 van architect Lourens die in 1962 is vervangen door een elektrisch gemaal. Deze bijna een eeuw molen is nu een Rijksmonument bij Museum it Damshûs en na restauratie in 2000 weer in gebruik genomen. Net als de hoge molen aan de Rengersweg staat deze op een toren met platform en ladder. De molen bij het Damshûs heeft een rad met 30 bladen de miniatuur in Oentsjerk 18 bladen. De bladen zijn net als draaiende wieken van traditionele windmolens of moderne windturbines essentieel voor het opvangen van windenergie om te kunnen malen, pompen of elektriciteit op te wekken.
Knipoog
De kleine motormolen of windmotor heeft een rad met acht bladen en valt van de Rengersweg af minder op dan de hoge windmotorder. Achter de weg ligt het Blommenpaad van Stichting Cultuur en Landschap ingebed in het landschap, vanaf daar zijn de motormolens goed te zien. De markante bouwwerkjes markeren hier de overgang van het vlakke land naar de straat of bebouwde kom. De kleinste motormolen is het waard om bij wind even stil te staan. Het draaien en klapperen van deze windvanger geeft een nostalgisch beeld. Op de hoofdvaan voor de windrichting staat een silhouet van een roodbruin paard, dat hoe de molen ook draait in beweging is afgebeeld maar stil blijft staan. Tegen het rad is een silhouet van een staande figuur bevestigd, met lichtgekleurd gezicht, een pet op en in blauwe overal aan en met een grote pijp voor zijn gezicht. Deze figuur wiebelt bij wind voortdurend heen en weer en daarbij gaat ook de pijp op en neer en heen en weer. Als een knipoog naar het verleden roept deze figuur het beeld op van een werker in het veld in een tijd dat buiten en binnen een pijpje roken erbij hoorde. Roken in welke vorm ook wordt nu anders gezien, maar de man van de molen rookt alleen bij frisse wind en van zijn imaginaire rook heeft niemand last.
Trynwâldster Gerhild van Rooij, tekst en foto’s
1. Rengersweg, Oentsjerk, kleine motormolen, paard op vaan, rad met bladen en achterwaarts slingerende rokende figuur, (30.10.2025).
2. Rengersweg richting Aldtsjerk, links grote en kleine motormolens (14.05.2025).
3. Motormolens, onverhard Blommenpaad (Levende Bermen, Stichting Cultuur en Landschap Trynwalden, (14.05.2025).
4. Zie 1. De figuur voorwaarts geslingerd, (30.10.2025).