...altyd nijsgjirrich!

In de Trynwâlden nr. 187. Reade Hoas en ‘hoosmop’ van Jaarsma, verhalenbank (1)

Het Atsjebosk aan de Reade hoas in Gytsjerk is een klein wandelbos met vanaf de rand fraaie doorkijkjes. Dick Laverman van Stichting Cultureel Erfgoed Trynwâlden verklaart op Erfgoedtrynwâlden.nl dat de straatnaam verwijst naar een rijtje huizen met rode dakpannen en dat hoas,- kous in het Nederlands - aangeeft dat de Reade hoas doodloopt.

Hoos en hoas
Naast de beeldende betekenis van een doodlopende weg heeft het woord hoas, net als het Nederlandse hoos, nog een betekenis. Hoos, windhoos is de meest voorkomende benaming voor een wervelwind, wervelstorm, draaiwind, dwarrelwind, warrelwind, of – naar het Engels – een cycloon. De Haarlemsche Courant van 24 oktober 1775 berichtte dat een ‘windhoos’ in Polen bij ‘het gemeene volk’, (de gemeenschap of mienskip) heftige reacties opriep. Die reacties zijn vergelijkbaar met bijgeloof en spookverhalen zoals in vele oude Europese volksverhalen. Het Atsjebosk bij de Reade hoas is een mooie plaats om te vertellen over de betekenis van hoas en hoos, er staan genoeg eenvoudige houten bankjes, op stukken stam, vanwaar je het bos inkijkt of tussen de bomen land ziet met op afstand wegen.

Dam Jaarsma
Hoos of windhoos wordt vanaf de 16de eeuw gebruikt als aanduiding voor een draaiende luchtkolom of -zuil van een draaiwind waarin kleine voorwerpen omhoog worden gezogen. Het Friese hoas betekent naast kous ook windhoos, ook wel wynhoas geschreven. De verhalenbank van het Meertens Instituut bevat volksverhalen en moppen, waaronder over een hoos. De Friese Dam Jaarsma, hulppredikant, godsdienstleraar en een iconische verzamelaar van volksverhalen en erfgoed objecten tekende vele Friese volksverhalen en moppen op voor Het Meertens Instituut en de Fryske Akademy. Ze horen bij het Friese, literair cultureel erfgoed. Zijn verslag 96 verhaal 1 hooort bij archief MI collectie Jaarsma en is een mop over de tot de verbeelding sprekende historische opschepper en fietsende koopman en moppentapper Jan Hepkes fan Surhústerfean.

Hepkes en de hoosmop
Hepkes is een fanatieke fietser die liefst tegenwind heeft omdat hij dan steviger zit en uitrust en steun heeft aan het stuur, de wind mee is maar niets, daardoor gaat Hepkes maar slingeren. Hepkes is een figuur die onderweg iedereen als een razende voorbij fietst, hij is zo snel als de duvel. Op een dag is er plotseling een sterke hoos (windhoos) die hem met fiets en al van de grond tilt en door het luchtruim een heel eind verderop slingert. Jan stapt daar gewoon weer op zijn fiets en fietste terug. “Jan Hepkes mocht leaver yn ‘e wyn op fytse as foar de wyn del. Yn ‘e wyn op ried steviger, sei er. Dan rêstte er út. Dan hied er steun oan ’t stjûr. Foar de wyn del slingere it sa. Underweis fytste er elkenien foarby. “Dêr komt de beul wer oan”, seinen de lju. Doe’t der ris in wynhoas wie woarde Jan Hepkes mei fyts en al opnom. Hy waeide it loftrom troch. Even letter kom er op in hiel oar plak wer del. Hy fytste gewoan troch.”

Hoas, hoos en Hose in 2026
Anno 2026, noemen we de luchtkolom waarin Hepkes en zijn fiets werden opgezogen meestal de trechter of slurf van de wervelwind. De Friese en Nederlandse voorouders zagen in die trechter de vorm van een aansluitende bedekking van het been, de hose of hoos. Vanaf de 16de eeuw is een hoos een broekspijp en het Friese hoas betekent nog altijd kous of broek. In enkele dialecten in ons land staat de hose nog altijd voor een kous of broek, en ook het Duitse woord Hose betekent anno 2026 een broek.

Trynwâldster Gerhild van Rooij, tekst en foto’s
1. Reade Hoas, entreepad naar Atsjebosk, Gytsjerk/
2. Kenmerkend houten bankje aan rand van Atsjebosk, Gytsjerk.
3. Doorzicht vanaf bankje in Atsjebosk, Gytsjerk.
Zie ook In de Trynwâlden nr. 83. Verhaal Dam Jaarsma, Het dak op… in de Trynwâlden – Trynwâlden Online

0 van 0