...altyd nijsgjirrich!

In de Trynwalden nr. 190. Dag van pedagogische professionals, van fröbelen en bewaarscholen tot kinderopvang

Kinderen leren tijdens de kinderopvang van pedagogische professionals op vele manieren omgaan met elkaar, via spel, gedrag, voorbeelden, beeld, taal en geluid. De derde donderdag van september, dit jaar is de jaarlijkse Dag van de Pedagogische professional, in het leven geroepen als waardering voor professionals in de kinderopvang. De naam Pedagogische professional vervangt de naam Pedagogische Medewerker. De dag is informeel wel de dag van de leidster genoemd.

Bewaarschoolhouderes
Rond twee eeuwen terug, begin negentiende eeuw, ontstonden Nederlandse bewaarscholen, de eerste stond in 1828 in Zwolle “De wel-ingerigte kleine-kinderschool voor behoeftigen” voor kinderen van twee tot zes jaar. Daarna kwam een opleiding tot bewaarschoolmeester, die tot taak had om kinderen van overdag werkende ouders op te vangen en te beschaven. Kinderen werden in bewaring gegeven gedurende werkdagen, waaronder de officiële werkdag zaterdag. In ‘Al de volksdichten Deel 2,” 1865 dicht J. P. Heije op pagina 129 IV:

‘De bewaarschool’, op
—- “En toen ik hoorde naar ’t gezang
(En schreide en lachte te gelijk)
Kwam daar een dame, mooi en rijk
Gekleed – naar voren in den gang;
En zeî: wat staat ge daar, en wacht?
Waarom uw kind niet hier gebragt?
’t Is een bewaarschool hier – tot troost
En hulpe voor der Armen kroost;
Als de ouders ’s ochtends werken gaan,
Dan brengen zij ’t klein volkje hier,
En halen ’t ’s avonds hier van daan:
En ’t heeft den ‘heelen dag plêzier!
Het wordt er kostlijk opgepast,
Het wordt gezond en vroom en blij,
’t Geeft de’ ouders lust in plaats van last;
En wat het leerde, hoordet gij!
Kom, wijfje! kom – breng ons uw kind!
Opdat, als gij uit werken zijt,
’t Hier spelen moog’… zoolang uw vlijt
Voor beiden ’t sober kostje wint!”—-

Spelen, Fröbelen
Rond 1870-1880 namen veel bewaarscholen de lesmethode van De Duitse opvoedkundige pedagoog Friedrich Fröbel over en kregen bewaarscholen de bijnaam Fröbelschool. Friedrich Wilhelm August Fröbel (21.4.1782 – 21.6.1852), oprichter van de eerste kleuterschool (Kindergarten), in 1837 in Bad Blankenburg in Thüringen liet kinderen onder zes jaar spelend ontdekken. Rond 1820 werkten de meeste Nederlandse bewaarscholen net zo. Kleuters ontdekten vormen en kleuren door spelen met blokken en blokkendozen, papier vouwen, vlechten en tekenen en klanken, taal en verbeelden door voorlezen en zingen, ze verkenden de ruimte via balspelen en spelen in de zandbak. Mogelijk zongen ze tijdloze liedjes als “Tuss(ch)en Keulen en Parijs” en “Daar zaten zeven kikkertjes” van arts, (kinder-)liedschrijver en de dichter van De beeaarschool, Jan Pieter Heije (Amsterdam, 1.3.1809 – aldaar 24.2.1976).

Kinderopvang, Innovatie en Kwaliteit
December 1955 werd de Kleuteronderwijswet ingevoerd, de bewaarschool werd een tweejarige kleuterschool voor vier- en vijf jarigen, het rijk vergoedde het onderwijs en onderwijsgevenden moesten bevoegd moesten zijn om kleuteronderwijs te mogen geven. Na drie decennia zijn in 1985, kleuterscholen en de toenmalige lagere scholen met zes klassen voor zes- tot twaalf jarigen samen hets bassionderwijs geworden met acht groepen voor vier- tot twaalfjarigen. Daarnaast is er de wettelijke regeling voor kinderopvang, waarvan de pedagogische professionals vandaag geëerd worden. Deze regeling is in 2005 vastgelegd in de Wet Kinderopvang die kinderopvangorganisaties verplicht om de veiligheid en gezondheid van kinderopvangorganisaties te waarborgen en pedagogisch beleid te hebben. De in 2018 ingevoerde Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang, IKK, is gericht op de toegankelijk van de kinderopvang en omvat vier pijlers met 21 maatregelen. Kinderopvang-locaties zijn gebonden aan wettelijke eisen voor scholing en ondersteuning van medewerkers, en moeten ouders inspraak geven over kwalitatief goede opvang. Pedagogische professional word je niet zomaar, de speciale dag is een opsteker voor ze.

Trynwâldster Gerhild van Rooij tekst
Historische illustraties:
1. Een van de iconische Speelgaven (Spielgaben) van Friedrich Wilhelm August Fröbel.
2. Fröbel, houtgravure C.W. Bardeen, Publisher, c1897/Library of Congress, Washington, D.C. (neg. LC-DIG-pga-00127).
3. J.P. Heije, voorblad “Kinderliederen”, 1847 (1e druk 1843); Jan Pieter Heije portret; J.P. Heije, “Al die kinderliederen”, 1861, waarin ‘Daar zaten zeven kikkertjes’, dat in 1912 is opgenomen in “Kun je nog zingen, zing dan mee. Voor jonge kinderen”, samenstelling Jan Veldkamp en Klaas de Boer, (zeven herdrukken en facsimile in 1986).

0 van 0