...altyd nijsgjirrich!

Het dorp

Mûnein, het dorp van de Mûne

De geschiedenis van Mûnein gaat terug tot 1611, toen er een molen stond, waaraan het dorp de naam heeft ontleend. In 1897 werd op dezelfde plek een grotere molen gebouwd, die in 1911 afbrandde. Het Mûnehûs tegenover de haven herinnert nog aan de plaats waar de mûne stond.
Mûnein is een dorp met een kleine 700 inwoners. Op 21 augustus 1948 wordt door de toenmalige secretaris van de vereniging van Dorpsbelangen, de heer K.G. de Vries, een aanvraag ingediend om van Molenend een zelfstandig dorp te maken. Tot die tijd was het een deel van Oenkerk.
B&W en de gemeenteraad van Tytsjerksteradiel stemmen hier mee in. Toch wel een unieke situatie omdat het in Friesland wet was dat het dorpsrecht werd geschonken aan dorpen die beschikten over een kerk en dat gebouw moet Mûnein ontberen. De gemeente adviseert dat het wellicht nodig zal zijn om steeds te schrijven, Molenend (Frl.) of – bij Oenkerk, want er zijn in Nederland 14 buurtschappen of gehuchten die Moleneind heten, waarvan twaalf in Noord Brabant, één in Gelderland en één in Noord Holland. Ook is er in Drachten een buurt die Moleneind heet.

Dorpsbelang Mûnein/Readtsjerk

Dorpsbelangen Molenend is opgericht op 17 april 1926. In 1941 trad Roodkerk toe tot de vereniging, zodat vanaf toen de naam “Vereniging voor Dorpsbelangen Molenend/Roodkerk” werd gevoerd. De invoering van het gebruik van de Friese taal in de gemeente Tytsjerksteradiel heeft geleid tot de Friese naamgeving.

De Vlasfabriek

Op 6 mei 1898 werd er bij de gemeente Tytsjerksteradiel een aanvraag ingediend om een fabriek te vestigen in de buurt van de Zwarte Broek, een meertje nabij Molenend. Dit werd positief ontvangen en dus kon men beginnen met bouwen. Zo werd in Molenend de eerste fabriek van de “N.V. Friesche Maatschappij van Vlasindustrie” opgericht. De naam kwam in contrastkleurige dakpannen op het dak van de fabriek te staan, en ook op de voorgevel, waar hij nu nog te zien is.
De opening vond plaats op 24 november 1898; directeur werd de heer J.J. Westra. Alles was tot in de finesses doordacht. Zelfs aan de hygiëne was de grootste zorg besteed. Maar het ging steeds slechter met de vlasindustrie, met als gevolg dat de fabriek op 24 april 1967 werd gesloten.
Dit betekende het einde van de industrie in Mûnein, maar de gerestaureerde schoorsteen en het beeld van Gosse Dam dat sinds 1990 op het pleintje bij de klok in het hartje van Mûnein staat houden de herinnering levend.
De oude vlasfabriek is geheel verbouwd en fungeert nu als Thomashuis.

Landelijke bekendheid

Het dorp kwam in de vijftiger jaren internationaal in het nieuws door de geboorte van de Siamese tweeling Folkje en Tjitske de Vries op 7 november 1953.
Meer informatie: http://www.npogezond.nl/tv-uitzending/g24_2604/De-Siamese-tweeling-van-Molenend
Opnieuw kwam het dorp in het nieuws door een uitzending van Gewest Tot Gewest, waarbij het monument aan de Halligen nader werd belicht. Dit monument, gemaakt door Jan Faber vormt de gezamenlijke landen Noorwegen, Finland en Zweden. De stenen die in het stroomgebied van de Bouwe Pet zijn verzameld door Faber zelf, zijn op hun oorspronkelijke plek in het land van herkomst neergelegd. De opening van dit monument betekende tevens de afsluiting van de Ruilverkaveling.

De school, het café, de haven en het dorpshuis

Mûnein mag zich verheugen dat het nog een school, een café, een haven en een dorpshuis heeft.
In 1875 werd de eerste brief naar de gemeente geschreven met de vraag of er een school gebouwd kon worden. Pas in 1884 werd de school geopend en gingen er ongeveer 70 kinderen van alle gezindten in het eigen dorp naar school. In 1899 veranderde dat, toen de gereformeerde kerk in Oentsjerk een eigen school oprichtte, waardoor het aantal leerlingen daalde. Tegenwoordig heeft Mûnein een openbare school, It Kruirêd.

Het café is van later datum. In januari 1905 vroeg de toenmalige bewoner vergunning voor het bouwen van “eene als herberg in te richten huizinge”. In februari van hetzelfde jaar had hij de vergunning in huis. Het café heeft vele eigenaars gehad. Een van hen, Klaas v.d. Veen was tevens taxateur, veilingmeester bij boelgoeden en antiekverzamelaar. De huidige inrichting van het voor-café is aan hem te danken.

Tegenover het café ligt de haven van Mûnein. Voorheen lagen er skûtsjes, die dienst deden als vrachtschepen. Nu is het een recreatieve haven, waar veel dorpsbewoners een bootje hebben liggen.
Mûnein heeft zich in de jaren 80 sterk gemaakt voor een dorpshuis. In 1983 is de eerste steen gelegd door Aukje de Vries-Schaafsma. Zij was jarenlang bakkersvrouw in Mûnein. Tegen de muur is een halve mûnestien geplaatst die nog bij het Mûnehûs bewaard was gebleven. Zie: http://mounestien.sfdt.nl/

Readtsjerk

Een dorpje in de Gemeente Dantumadiel met ongeveer 220 inwoners.
Zoals de titel van het boek, geschreven door Aukje Wijbenga, het zo treffend verwoordt ”In doarp op it Fuottenein” .
Met deze titel is het dorpje ten voeten uit geschetst. Het hoort als dorp geheel bij de Trynwâlden, maar de inwoners zijn gemeentelijk aangewezen op Dantumadiel. Kerkelijk vormen de Hervormde gemeente van Readtsjerk en Aldtsjerk een geheel.
Een dorp dat voorheen buorren, middenstand en een school had.
Een kerk heeft Readtsjerk nog steeds. Deze wordt gebruikt voor kerkdiensten en culturele activiteiten en is tevens trouwlocatie.
De kerk moet in de 12e eeuw gebouwd zijn, wat valt af te lezen uit het formaat van de tufstenen die in de noordelijke muur gebruikt zijn. Het is een prachtig kerkje met een spitse toren. Dat is niet altijd zo geweest getuige het wapen van Readtsjerk waarop duidelijk te zien is dat het voorheen een zadeldaktoren bezat. Zie: www.roodkerkje.nl

Vroeger bestond de bevolking van Readtsjerk uit boeren en natuurlijk de boerenarbeiders. Ook was er een bakker, een timmerman en wat kleine winkeltjes maar daar is nu niets meer van over.